arrow_drop_up arrow_drop_down

Afschrijven op investeringen; gebruiksduur is bepalend!

Afschrijven op investeringen is een onderwerp waarvan je als startende ondernemer enige kennis moet hebben. Hier vind je de uitleg. Als ondernemer doe je soms aankopen die je een reeks van jaren gebruikt en die je hele bedrijfsvoering verbeteren. Je kunt dan denken aan afschrijven op investeringen: de uitlegmachines, transportmiddelen, gereedschappen, website en dergelijke. Dit soort aankopen noem je investeringen. De aanschafkosten van investeringen breng je niet in één keer ten laste van je winst, maar die kosten verdeel je over de gebruiksduur van de investering. Dat noem je afschrijven op investeringen. Voorbeeld van afschrijven op investeringen: je koopt een machine van €3800 die naar verwachting 3 jaar meegaat. Daarna is de verkoopwaarde €200. Het volledige bedrag van de aanschaf wordt geboekt in het jaar van aanschaf. Dat bedrag staat debet op je balans, de boekwaarde van je nieuwe machine. Vervolgens verminder je de boekwaarde van je machine jaarlijks met €1200. Dat bedrag breng je in mindering van je winst van dat jaar. Na 3 jaar bedraagt de boekwaarde €200. Dit is de restwaarde.

Fiscaal afschrijven op investeringen

Fiscaal gezien is afschrijven op investeringen gebonden aan regels. De Belastingdienst schrijft voor dat roerende goederen in minimaal 5 jaar worden afgeschreven! Dat betekent dat je maar €720 per jaar mag afschrijven en dus maar €720 per jaar mag aftrekken van je winst. Na 3 jaar heeft het machine dan een boekwaarde van €1640. Feitelijk heeft de machine geen gebruikswaarde meer en je verkoopt de machine aan het eind van het 3e jaar voor €200. Het verlies t.o.v. de boekwaarde is €1440. Dat bedrag breng je in mindering van de winst van het 3e boekjaar. Je fiscale afschrijving is daarmee als volgt, €720 in de 1e en 2e jaar en €720+€1440=€2160 in het 3e jaar.

Afschrijven naar rato van de gebruiksduur

Stel dat je de machine in dit voorbeeld hebt gekocht en in gebruik genomen op 1 augustus 2010. De totale afschrijving is €3600 over een gebruiksduur van 36 maanden dus dat zou €100 per maand zijn. Fiscaal moet je over minimaal 5 jaar afschrijven op investeringen ofwel €720 per jaar of €60 per maand. In 2010 gebruik je de machine 5 maanden en dus is de afschrijving 5/12 x €720 = €300, in 2011 €720 en in 2012 €720. In 2013 gebruik je de machine 7 maanden (afschrijving €420) en daarna verkoop je de machine voor €200 (boekverlies €1440). In 2013 verminder je jouw winst met een bedrag van €1860. Opmerking: er zijn veel meer systemen van afschrijven op investeringen.

Boekwaarde

De boekwaarde van jouw machine wordt vermeld op de balans. Direct na aanschaf is de boekwaarde gelijk aan de aanschafwaarde van €3800. In de loop van de tijd vermindert de boekwaarde met de afschrijving. De boekwaarde in dit voorbeeld is eind 2010 €3800-€300=€3500. Eind juli 2013 is de boekwaarde na 3 jaar afschrijven €3800-3x€720=€1680. Daarna gebruik je de machine niet langer voor je productie en verminder je de boekwaarde naar €200, de restwaarde.

Aanschafkosten en restwaarde van investeringen

Voor het berekenen van de afschrijving en voor de diverse investeringsregelingen is het van belang om precies te weten wat het bedrag is, dat je hebt geïnvesteerd. Onder de aanschafkosten vallen:
  • de aanschafprijs
  • de aankoopkosten (zoals bijvoorbeeld de notariskosten bij aankoop van onroerend goed)
  • de installatiekosten en de kosten van het bedrijfsklaar maken.
Kortingen en subsidies verminderen de aanschafkosten, ook als je ze achteraf krijgt. Als je een bedrijfsmiddel zelf maakt, bestaat de investering uit de kosten voor inzet van eigen personeel, de materialen, en de werkzaamheden die derden voor je uitvoeren. Als je de btw kunt verrekenen, moet je de kosten van het bedrijfsmiddel nemen exclusief btw. Als je de btw niet kunt verrekenen, moet je de investering nemen inclusief btw. Voor het berekenen van de afschrijving moet je weten wat de restwaarde is. Die restwaarde bepaal je zelf, die hangt vooral af van de gebruiksduur die je voor ogen hebt.

Regels voor afschrijven op investeringen

De 1e regel is dat je zelf bepaalt hoelang je een bedrijfsmiddel wil gebruiken voordat je het vervangt. Je bepaalt zelf of je een bedrijfsmiddel kort of langdurig wil gebruiken. Die gebruiksduur bepaalt in hoge mate de restwaarde en daarmee ook het percentage van de jaarlijkse afschrijving. De 2e regel is een bestendige gedragslijn. Dat wil zeggen dat je een eenmaal gekozen systematiek niet zomaar mag wijzigen. Heb je voor bepaalde bedrijfsmiddelen een bepaald percentage afschrijving gehanteerd, dan moet je kunnen beargumenteren waarom je dat wijzigt. De 3e regel is dat de fiscus je beperkt in de afschrijvingskosten die je ten laste van je winst mag brengen, te weten:
  • Op een roerend goed mag je maximaal 20% per jaar afschrijven.
  • Op een gebouw dat door jouw bedrijf gebruikt wordt, mag je afschrijven tot een boekwaarde van minimaal 50% van de WOZ-waarde.
  • Op goodwill mag je maximaal 10% per jaar afschrijven.

Afschrijven op investeringen door startende ondernemers

Startende ondernemers mogen sneller of langzamer afschrijven op investeringen, dat heet willekeurige afschrijving. Dat houdt in dat een starter zelf het percentage afschrijving mag bepalen, zoveel of zo weinig als wenselijk is. Hiermee kunnen starters hun belastbare winst beïnvloeden en daarmee ook de belasting die ze moeten bepalen. Willekeurige afschrijving is in principe alleen toegestaan voor startende ondernemers. Echter, onder druk van de economische crisis heeft de wetgever enkele malen een variant op willekeurig afschrijven toegestaan voor alle ondernemers. Voor investeringen in 2009, 2010, 2011 en de 2e helft 2013 is het voor alle ondernemers (niet beperkt tot starters) toegestaan om in het jaar van investeren extra af te schrijven in plaats van de maximale afschrijving van 20%. Overigens, het is niet verplicht om die hogere afschrijving toe te passen Over de looptijd van de investering maakt het geen verschil voor het totale bedrag aan afschrijving en te betalen belasting. Het voordeel is dat je het moment kan verschuiven waarop je belasting moet betalen en zo je liquiditeitspositie verbeteren. En daar is de regeling ook voor bedoeld.  
Reactie plaatsen